| Categorie of berekende grens | Overig onderwijs | Dienstverlening voor het onderwijs |
|---|---|---|
| Alle bedrijven | 139.520 | 3.330 |
| Eén werkzaam persoon | 130.305 | 3.055 |
| Natuurlijke personen | 132.015 | 2.960 |
| Afgeleide ondergrens overlap | 122.800 | 2.685 |
| Afgeleide bovengrens overlap | 130.305 | 2.960 |
Bron CBS, StatLine 81589NED, SBI 2008. Een Nederlands bedrijf kan meerdere vestigingen omvatten. Percentages en grenzen zijn benaderingen op afgeronde aantallen. Januari 2024 is definitief, 2025 nader voorlopig en 2026 voorlopig. De vergelijkingsbranches zijn niet opgeteld.
Welke overlap is op basis van de marges mogelijk?
Begin met 130.305 plus 132.015. Trek daar de 139.520 bedrijven in de hele groep af. Na begrenzing op nul is 122.800 de ondergrens voor de overlap van de twee getelde groepen, gerekend met de gepubliceerde afgeronde waarden. De bovengrens ligt bij het kleinste losse aantal, hier 130.305. Als aandeel van overig onderwijs loopt dit rekenvenster dus van ongeveer 88% tot 93,4%. Het CBS heeft in deze tabel de kruising zelf niet gepubliceerd. Een precieze telling van mensen met de rechtsvorm eenmanszaak kun je er niet uit afleiden.
Dezelfde rekensom bij dienstverlening voor het onderwijs
In deze tweede bedrijfstak werken 3.055 bedrijven met één persoon. 2.960 van de in totaal 3.330 vallen onder natuurlijke personen. De ondergrens van de doorsnede is hier circa 2.685 en de bovengrens 2.960. De ruimte tussen beide bedraagt 275 bedrijven, tegen 7.505 bij overig onderwijs. Hoe groter het venster, hoe minder precies een uitspraak over de combinatie van eigendom en werkverdeling kan zijn.
Welke vergelijkingsbranche ligt het dichtst bij overig onderwijs?
De vergelijking draait om de maatstaf ‘ruimte tussen de rekenkundige grenzen voor solowerk en natuurlijke personen’. Hiervoor staan 2 activiteiten uit hoofdtak 85 naast elkaar. Het laagste resultaat komt voor rekening van overig onderwijs (5,4 procentpunt), het hoogste voor dienstverlening voor het onderwijs (8,3 procentpunt). Van de 1 vergelijkingsbranches komt geen onder 5,4 procentpunt. Zelfs dienstverlening voor het onderwijs ligt met 8,3 procentpunt op of boven het meetpunt voor overig onderwijs. Ook qua omvang ligt dienstverlening voor het onderwijs het dichtst bij overig onderwijs, met 3.330 tegenover 139.520 bedrijven. Daarmee vallen twee selectiecriteria hier samen.
Wat veranderde er tussen januari 2024 en januari 2025?
Binnen de geselecteerde januarimetingen lag de sterkste verschuiving per jaar voor SBI 855 tussen januari 2024 en januari 2025. De uitkomst ging van 4,8 procentpunt naar 5 procentpunt. Over één jaar is het verschil +0,2 procentpunt, of gemiddeld +0,2 procentpunt per jaar. Bij dienstverlening voor het onderwijs ging dezelfde maatstaf over die twee peildata van 8,5 procentpunt naar 8 procentpunt. De verandering van het totaal tussen oktober 2025 en oktober 2026 bedroeg +4.820 bedrijven. De telling van bedrijven verschil tussen de twee overlapgrenzen verschoof tegelijkertijd met +705. Daardoor veranderde de gekozen maatstaf van 5 procentpunt naar 5,4 procentpunt.
Voor een check van je eigen ondernemersrol zegt het rekenvenster bij overig onderwijs vooral wélke informatie nog ontbreekt. Vraag aan een ondernemer uit overig onderwijs wie voor eigen rekening werkt, wie bepaalt hoe een les of training wordt uitgevoerd en welke afspraken er gelden bij afwezigheid. Gebruik de uitkomst bij dienstverlening voor het onderwijs als tweede vraag, niet als een juridisch advies over jouw bedrijfsvorm.



