| Categorie of berekende grens | Overig onderwijs (rest) | Sportonderwijs |
|---|---|---|
| Alle bedrijven | 75.505 | 36.935 |
| Eén werkzaam persoon | 70.540 | 34.630 |
| Natuurlijke personen | 70.265 | 35.500 |
| Afgeleide ondergrens overlap | 65.300 | 33.195 |
| Afgeleide bovengrens overlap | 70.265 | 34.630 |
Bron CBS, StatLine 81589NED, SBI 2008. Een Nederlands bedrijf kan meerdere vestigingen omvatten. Percentages en grenzen zijn benaderingen op afgeronde aantallen. Januari 2024 is definitief, 2025 nader voorlopig en 2026 voorlopig. De vergelijkingsbranches zijn niet opgeteld.
Welke overlap is op basis van de marges mogelijk?
Begin met 70.540 plus 70.265. Trek daar de 75.505 bedrijven in de hele groep af. Na begrenzing op nul is 65.300 de ondergrens voor de overlap van de twee getelde groepen, gerekend met de gepubliceerde afgeronde waarden. De bovengrens ligt bij het kleinste losse aantal, hier 70.265. Als aandeel van overig onderwijs (rest) loopt dit rekenvenster dus van ongeveer 86,5% tot 93,1%. Het CBS heeft in deze tabel de kruising zelf niet gepubliceerd. Een precieze telling van mensen met de rechtsvorm eenmanszaak kun je er niet uit afleiden.
Dezelfde rekensom bij sportonderwijs
In deze tweede bedrijfstak werken 34.630 bedrijven met één persoon. 35.500 van de in totaal 36.935 vallen onder natuurlijke personen. De ondergrens van de doorsnede is hier circa 33.195 en de bovengrens 34.630. De ruimte tussen beide bedraagt 1.435 bedrijven, tegen 4.965 bij overig onderwijs (rest). Hoe groter het venster, hoe minder precies een uitspraak over de combinatie van eigendom en werkverdeling kan zijn.
Welke vergelijkingsbranche ligt het dichtst bij overig onderwijs (rest)?
De vergelijking draait om de maatstaf ‘ruimte tussen de rekenkundige grenzen voor solowerk en natuurlijke personen’. Hiervoor staan 5 activiteiten uit hoofdtak 85 naast elkaar. Het laagste resultaat komt voor rekening van cultureel onderwijs (2,6 procentpunt), het hoogste voor dienstverlening voor het onderwijs (8,3 procentpunt). Bij 3 van de onderzochte activiteiten ligt de waarde lager dan 6,6 procentpunt en bij 1 hoger. Met 8,3 procentpunt komt dienstverlening voor het onderwijs het meest in de buurt van overig onderwijs (rest). Kies je uitsluitend op het totale bedrijfsaantal, dan kom je uit bij sportonderwijs met 36.935 bedrijven. Selecteer je op de gemeten verdeling, dan is dienstverlening voor het onderwijs met 8,3 procentpunt de nadere vergelijking.
Wat veranderde er tussen januari 2024 en januari 2025?
Binnen de geselecteerde januarimetingen lag de sterkste verschuiving per jaar voor SBI 8559 tussen januari 2024 en januari 2025. De uitkomst ging van 6,7 procentpunt naar 6,8 procentpunt. Over één jaar is het verschil +0,1 procentpunt, of gemiddeld +0,1 procentpunt per jaar. Bij sportonderwijs ging dezelfde maatstaf over die twee peildata van 2,4 procentpunt naar 2,9 procentpunt. De subgroep en het totaal bewogen tussen oktober 2025 en oktober 2026 in tegengestelde richting. In de subgroep gaat het om -20 en in de complete CBS-categorie om +1.830 bedrijven.
Voor een check van je eigen ondernemersrol zegt het rekenvenster bij overig onderwijs (rest) vooral wélke informatie nog ontbreekt. Vraag aan een ondernemer uit overig onderwijs (rest) wie voor eigen rekening werkt, wie bepaalt hoe een les of training wordt uitgevoerd en welke afspraken er gelden bij afwezigheid. Gebruik de uitkomst bij dienstverlening voor het onderwijs als tweede vraag, niet als een juridisch advies over jouw bedrijfsvorm.


