Scheid de vraag van de stukken
Begin met het materiaal ‘Brochure en conceptondersteuningsschema’. Schrijf er de herkomst, de beschikbare versie en de datum van de beslissing naast. Als een onderdeel alleen mondeling bekend is, vermeld je wie het kan bevestigen. Zo ontstaat een bruikbaar onderscheid tussen iets dat al in het dossier staat en een verwachting die nog besproken moet worden.
Het werkproduct voor deze stap is ‘Vindplaats’. Zet daarin één open punt apart. In deze casus is dat ‘Welke vormen van begeleiding zijn daadwerkelijk beschikbaar?’. Schrijf bij het punt wat je nog nodig hebt om erover te beslissen. Een bron, concrete waarneming of aangewezen verantwoordelijke maakt de vervolgstap beter uitvoerbaar dan een algemene afspraak om later opnieuw te kijken.
De twee condities in het werkblad
Alleen brochure komt uit op 2 vragen. Bij na gesprek en schema staat 5 vragen. Het verschil bedraagt 3 vragen in opwaartse richting. Bij het inventariseren helpt dit paar om te controleren of ‘Brochure en conceptondersteuningsschema’ wel beide condities beschrijft. Ontbreekt één kant, dan hoort die beperking in ‘Vindplaats’.
Open voor de inventarisatie een werkregel met als opschrift «Omschrijf de brochurebelofte in eigen woorden». Registreer bij «Alleen brochure» de waarde 2 vragen. Registreer 5 vragen op een afzonderlijke regel voor «Na gesprek en schema». Zet naast beide de herkomst, datum en afbakening. Het bewijsstuk voor je eigen bewerking is Brochure en conceptondersteuningsschema. Komt het benodigde gegeven alleen in een gesprek ter sprake, laat de aangewezen gesprekspartner het dan bevestigen voordat je de regel als gecontroleerd markeert. De bedragen of tellingen in deze oefening horen bij het gekozen voorbeeld.
Van uitwerking naar beslissing
Neem ‘Vraag wie op dag twee bereikbaar is’ pas op nadat duidelijk is welke informatie daarvoor beschikbaar is. Gebruik je inventaris als overdracht. Zet bij ‘Vindplaats’ de naam van de verantwoordelijke, de nog ontbrekende bron en het moment waarop je het punt opnieuw beoordeelt.
Geef aan wat je zelf hebt waargenomen en waar je nog een gesprek of document voor nodig hebt. Bij de vraag ‘Omschrijf de brochurebelofte in eigen woorden’ helpt het om één toetsbare zin te noteren over een brochure belooft persoonlijke begeleiding. Vermeld welke informatie je gebruikt en welke afspraak nog ontbreekt. Een collega kan dan zien welke vervolghandeling logisch is zonder de hele aanleiding opnieuw te reconstrueren.
Controleer je notitie aan de hand van een praktisch tegenvoorbeeld. Stel dat ‘Brochure en conceptondersteuningsschema’ later wordt bijgewerkt. Welke uitspraak over omschrijf de brochurebelofte in eigen woorden zou je dan opnieuw moeten toetsen? Schrijf op wat de wijziging betekent voor oriënterende ondernemer en wie daarover bericht moet krijgen. Dat maakt de uitwerking bruikbaar bij een volgende versie van het dossier.




