Bereid het vervolggesprek voor
Neem ‘Inhoudsopgave en bijlagenlijst’ mee naar het gesprek en kies vooraf wie de eerste vraag kan beantwoorden. Introduceer het punt met ‘Bepaal welke vraag resteert’. Geef de ander ruimte om de uitgangspunten te corrigeren. Een bijgesteld gegeven hoort zichtbaar in de afspraak, zodat de volgende betrokkene dezelfde versie gebruikt.
Bereid twee mogelijke vervolgen voor. Bij ‘Het ontbrekende bestand opvragen’ is van belang wie het materiaal controleert. Bij ‘De vraag apart markeren voor een deskundige’ wil je weten wanneer opnieuw overleg nodig is. Neem de onzekerheid ‘Is de bijlage vergeten, vervangen of nooit onderdeel van het pakket geweest?’ in beide routes mee. Een afspraak over het antwoord is concreter als ook een bron, een eigenaar en een eerstvolgend beslismoment zijn genoemd.
De twee condities in het werkblad
Neem het verschil als concrete gespreksvraag mee. Eerste ontvangst komt uit op 4 bestanden. Bij na tweede e-mail staat 5 bestanden. Het verschil bedraagt 1 bestanden in opwaartse richting. Laat de gesprekspartner aanwijzen welk uitgangspunt hij of zij herkent, en welk gegeven eerst verduidelijking nodig heeft. Noteer een correctie als nieuwe informatie, met de naam van het stuk waaruit die blijkt.
Bereid voor «Bepaal welke vraag resteert» één concrete vraag aan de gesprekspartner voor. Onder welke voorwaarde geldt «Eerste ontvangst», en wie kan uitleggen waarom bij «Na tweede e-mail» een waarde van 5 bestanden wordt gebruikt? Het bewijsstuk voor je eigen bewerking is Inhoudsopgave en bijlagenlijst. Noteer bij Reviewopdracht wie het antwoord geeft en wanneer de bevestiging terugkomt. Lees de afspraak terug aan degene die het volgende werkstuk oplevert, zodat het oorspronkelijke voorbeeld en de eigen aantekening uit elkaar blijven. De bedragen of tellingen in deze oefening horen bij het gekozen voorbeeld.
Van uitwerking naar beslissing
Lees de afspraak aan het einde hardop terug. Is expliciet wie ‘Vergelijk inhoudsopgave en map’ uitvoert, welke informatie die persoon meekrijgt en wanneer een nieuw gesprek zinvol is? Voeg de afspraak toe aan ‘Reviewopdracht’ en leg een wijziging vast wanneer de bron of de situatie verandert.
Geef aan wat je zelf hebt waargenomen en waar je nog een gesprek of document voor nodig hebt. Bij de vraag ‘Bepaal welke vraag resteert’ helpt het om één toetsbare zin te noteren over een PID verwijst naar een ontbrekende bijlage. Vermeld welke informatie je gebruikt en welke afspraak nog ontbreekt. Een collega kan dan zien welke vervolghandeling logisch is zonder de hele aanleiding opnieuw te reconstrueren.
Controleer je notitie aan de hand van een praktisch tegenvoorbeeld. Stel dat ‘Inhoudsopgave en bijlagenlijst’ later wordt bijgewerkt. Welke uitspraak over bepaal welke vraag resteert zou je dan opnieuw moeten toetsen? Schrijf op wat de wijziging betekent voor kandidaat die documenten ordent en wie daarover bericht moet krijgen. Dat maakt de uitwerking bruikbaar bij een volgende versie van het dossier.


