| Categorie of berekende grens | Winkels in vrijetijdsartikelen | Speelgoedwinkels |
|---|---|---|
| Alle bedrijven | 4.140 | 1.135 |
| Eén werkzaam persoon | 1.940 | 810 |
| Natuurlijke personen | 2.810 | 1.005 |
| Afgeleide ondergrens overlap | 610 | 680 |
| Afgeleide bovengrens overlap | 1.940 | 810 |
Bron CBS, StatLine 81589NED, SBI 2008. Een Nederlands bedrijf kan meerdere vestigingen omvatten. Percentages en grenzen zijn benaderingen op afgeronde aantallen. Januari 2024 is definitief, 2025 nader voorlopig en 2026 voorlopig. De vergelijkingsbranches zijn niet opgeteld.
Welke overlap is op basis van de marges mogelijk?
Begin met 1.940 plus 2.810. Trek daar de 4.140 bedrijven in de hele groep af. Na begrenzing op nul is 610 de ondergrens voor de overlap van de twee getelde groepen, gerekend met de gepubliceerde afgeronde waarden. De bovengrens ligt bij het kleinste losse aantal, hier 1.940. Als aandeel van winkels in vrijetijdsartikelen loopt dit rekenvenster dus van ongeveer 14,7% tot 46,9%. Het CBS heeft in deze tabel de kruising zelf niet gepubliceerd. Een precieze telling van mensen met de rechtsvorm eenmanszaak kun je er niet uit afleiden.
Dezelfde rekensom bij speelgoedwinkels
In deze tweede bedrijfstak werken 810 bedrijven met één persoon. 1.005 van de in totaal 1.135 vallen onder natuurlijke personen. De ondergrens van de doorsnede is hier circa 680 en de bovengrens 810. De ruimte tussen beide bedraagt 130 bedrijven, tegen 1.330 bij winkels in vrijetijdsartikelen. Hoe groter het venster, hoe minder precies een uitspraak over de combinatie van eigendom en werkverdeling kan zijn.
Welke vergelijkingsbranche ligt het dichtst bij winkels in vrijetijdsartikelen?
De vergelijking draait om de maatstaf ‘ruimte tussen de rekenkundige grenzen voor solowerk en natuurlijke personen’. Hiervoor staan 6 activiteiten uit hoofdtak 47 naast elkaar. Het laagste resultaat komt voor rekening van markthandel in voedingsmiddelen (7,5 procentpunt), het hoogste voor winkels in doe-het-zelfartikelen (44,8 procentpunt). Bij 4 van de onderzochte activiteiten ligt de waarde lager dan 32,1 procentpunt en bij 1 hoger. Met 44,8 procentpunt komt winkels in doe-het-zelfartikelen het meest in de buurt van winkels in vrijetijdsartikelen. Kies je uitsluitend op het totale bedrijfsaantal, dan kom je uit bij webwinkels in elektronica met 4.100 bedrijven. Selecteer je op de gemeten verdeling, dan is winkels in doe-het-zelfartikelen met 44,8 procentpunt de nadere vergelijking.
Wat veranderde er tussen januari 2022 en januari 2024?
Binnen de geselecteerde januarimetingen lag de sterkste verschuiving per jaar voor SBI 4764 tussen januari 2022 en januari 2024. De uitkomst ging van 22 procentpunt naar 27,3 procentpunt. Over 2 jaar is het verschil +5,3 procentpunt, of gemiddeld +2,6 procentpunt per jaar. Bij speelgoedwinkels ging dezelfde maatstaf over die twee peildata van 14,9 procentpunt naar 16,7 procentpunt. De verandering van het totaal tussen oktober 2025 en oktober 2026 bedroeg +110 bedrijven. De telling van bedrijven verschil tussen de twee overlapgrenzen verschoof tegelijkertijd met +120. Daardoor veranderde de gekozen maatstaf van 30 procentpunt naar 32,1 procentpunt.
Voor een check van je eigen ondernemersrol zegt het rekenvenster bij winkels in vrijetijdsartikelen vooral wélke informatie nog ontbreekt. Vraag aan een ondernemer uit winkels in vrijetijdsartikelen wie voor eigen rekening werkt, wie bepaalt hoe een verkoopdag wordt uitgevoerd en welke afspraken er gelden bij afwezigheid. Gebruik de uitkomst bij winkels in doe-het-zelfartikelen als tweede vraag, niet als een juridisch advies over jouw bedrijfsvorm.



