| Categorie of berekende grens | Supermarkten en warenhuizen | Markthandel in overige non-food |
|---|---|---|
| Alle bedrijven | 3.325 | 3.400 |
| Eén werkzaam persoon | 1.070 | 2.785 |
| Natuurlijke personen | 1.950 | 3.310 |
| Afgeleide ondergrens overlap | 0 | 2.695 |
| Afgeleide bovengrens overlap | 1.070 | 2.785 |
Bron CBS, StatLine 81589NED, SBI 2008. Een Nederlands bedrijf kan meerdere vestigingen omvatten. Percentages en grenzen zijn benaderingen op afgeronde aantallen. Januari 2024 is definitief, 2025 nader voorlopig en 2026 voorlopig. De vergelijkingsbranches zijn niet opgeteld.
Welke overlap is op basis van de marges mogelijk?
Begin met 1.070 plus 1.950. Trek daar de 3.325 bedrijven in de hele groep af. Na begrenzing op nul is 0 de ondergrens voor de overlap van de twee getelde groepen, gerekend met de gepubliceerde afgeronde waarden. De bovengrens ligt bij het kleinste losse aantal, hier 1.070. Als aandeel van supermarkten en warenhuizen loopt dit rekenvenster dus van ongeveer 0% tot 32,2%. Het CBS heeft in deze tabel de kruising zelf niet gepubliceerd. Een precieze telling van mensen met de rechtsvorm eenmanszaak kun je er niet uit afleiden.
Dezelfde rekensom bij markthandel in overige non-food
In deze tweede bedrijfstak werken 2.785 bedrijven met één persoon. 3.310 van de in totaal 3.400 vallen onder natuurlijke personen. De ondergrens van de doorsnede is hier circa 2.695 en de bovengrens 2.785. De ruimte tussen beide bedraagt 90 bedrijven, tegen 1.070 bij supermarkten en warenhuizen. Hoe groter het venster, hoe minder precies een uitspraak over de combinatie van eigendom en werkverdeling kan zijn.
Welke vergelijkingsbranche ligt het dichtst bij supermarkten en warenhuizen?
De vergelijking draait om de maatstaf ‘ruimte tussen de rekenkundige grenzen voor solowerk en natuurlijke personen’. Hiervoor staan 6 activiteiten uit hoofdtak 47 naast elkaar. Het laagste resultaat komt voor rekening van markthandel in overige non-food (2,6 procentpunt), het hoogste voor supermarkten en warenhuizen (32,2 procentpunt). Supermarkten en warenhuizen ligt met 32,2 procentpunt aan de bovenkant van deze vergelijking. De meest nabije uitkomst is 25,3 procentpunt bij winkels in overige voedingsmiddelen. Kies je uitsluitend op het totale bedrijfsaantal, dan kom je uit bij markthandel in overige non-food met 3.400 bedrijven. Selecteer je op de gemeten verdeling, dan is winkels in overige voedingsmiddelen met 25,3 procentpunt de nadere vergelijking.
Wat veranderde er tussen januari 2024 en januari 2025?
Binnen de geselecteerde januarimetingen lag de sterkste verschuiving per jaar voor SBI 471 tussen januari 2024 en januari 2025. De uitkomst ging van 36,7 procentpunt naar 33,9 procentpunt. Over één jaar is het verschil -2,8 procentpunt, of gemiddeld -2,8 procentpunt per jaar. Bij markthandel in overige non-food ging dezelfde maatstaf over die twee peildata van 2,3 procentpunt naar 2,3 procentpunt. De verandering van het totaal tussen oktober 2025 en oktober 2026 bedroeg -345 bedrijven. De telling van bedrijven verschil tussen de twee overlapgrenzen verschoof tegelijkertijd met -180. Daardoor veranderde de gekozen maatstaf van 34,1 procentpunt naar 32,2 procentpunt.
Voor een check van je eigen ondernemersrol zegt het rekenvenster bij supermarkten en warenhuizen vooral wélke informatie nog ontbreekt. Vraag aan een ondernemer uit supermarkten en warenhuizen wie voor eigen rekening werkt, wie bepaalt hoe een verkoopdag wordt uitgevoerd en welke afspraken er gelden bij afwezigheid. Gebruik de uitkomst bij winkels in overige voedingsmiddelen als tweede vraag, niet als een juridisch advies over jouw bedrijfsvorm.


