| Categorie of berekende grens | Overige bouwinstallatiebedrijven | Verwarmingsinstallatiebedrijven |
|---|---|---|
| Alle bedrijven | 3.320 | 7.810 |
| Eén werkzaam persoon | 2.750 | 6.045 |
| Natuurlijke personen | 2.560 | 5.825 |
| Afgeleide ondergrens overlap | 1.990 | 4.060 |
| Afgeleide bovengrens overlap | 2.560 | 5.825 |
Bron CBS, StatLine 81589NED, SBI 2008. Een Nederlands bedrijf kan meerdere vestigingen omvatten. Percentages en grenzen zijn benaderingen op afgeronde aantallen. Januari 2024 is definitief, 2025 nader voorlopig en 2026 voorlopig. De vergelijkingsbranches zijn niet opgeteld.
Welke overlap is op basis van de marges mogelijk?
Begin met 2.750 plus 2.560. Trek daar de 3.320 bedrijven in de hele groep af. Na begrenzing op nul is 1.990 de ondergrens voor de overlap van de twee getelde groepen, gerekend met de gepubliceerde afgeronde waarden. De bovengrens ligt bij het kleinste losse aantal, hier 2.560. Als aandeel van overige bouwinstallatiebedrijven loopt dit rekenvenster dus van ongeveer 59,9% tot 77,1%. Het CBS heeft in deze tabel de kruising zelf niet gepubliceerd. Een precieze telling van mensen met de rechtsvorm eenmanszaak kun je er niet uit afleiden.
Dezelfde rekensom bij verwarmingsinstallatiebedrijven
In deze tweede bedrijfstak werken 6.045 bedrijven met één persoon. 5.825 van de in totaal 7.810 vallen onder natuurlijke personen. De ondergrens van de doorsnede is hier circa 4.060 en de bovengrens 5.825. De ruimte tussen beide bedraagt 1.765 bedrijven, tegen 570 bij overige bouwinstallatiebedrijven. Hoe groter het venster, hoe minder precies een uitspraak over de combinatie van eigendom en werkverdeling kan zijn.
Welke vergelijkingsbranche ligt het dichtst bij overige bouwinstallatiebedrijven?
De vergelijking draait om de maatstaf ‘ruimte tussen de rekenkundige grenzen voor solowerk en natuurlijke personen’. Hiervoor staan 6 activiteiten uit hoofdtak 43 naast elkaar. Het laagste resultaat komt voor rekening van sloopbedrijven (13,4 procentpunt), het hoogste voor verwarmingsinstallatiebedrijven (22,6 procentpunt). Bij 2 van de onderzochte activiteiten ligt de waarde lager dan 17,2 procentpunt en bij 3 hoger. Met 17,6 procentpunt komt overige afwerking van gebouwen het meest in de buurt van overige bouwinstallatiebedrijven. Ook qua omvang ligt overige afwerking van gebouwen het dichtst bij overige bouwinstallatiebedrijven, met 2.870 tegenover 3.320 bedrijven. Daarmee vallen twee selectiecriteria hier samen.
Wat veranderde er tussen januari 2022 en januari 2024?
Binnen de geselecteerde januarimetingen lag de sterkste verschuiving per jaar voor SBI 4329 tussen januari 2022 en januari 2024. De uitkomst ging van 19,6 procentpunt naar 16,2 procentpunt. Over 2 jaar is het verschil -3,3 procentpunt, of gemiddeld -1,7 procentpunt per jaar. Bij verwarmingsinstallatiebedrijven ging dezelfde maatstaf over die twee peildata van 21,9 procentpunt naar 23,1 procentpunt. De verandering van het totaal tussen oktober 2025 en oktober 2026 bedroeg +240 bedrijven. De telling van bedrijven verschil tussen de twee overlapgrenzen verschoof tegelijkertijd met +45. Daardoor veranderde de gekozen maatstaf van 17 procentpunt naar 17,2 procentpunt.
Voor een check van je eigen ondernemersrol zegt het rekenvenster bij overige bouwinstallatiebedrijven vooral wélke informatie nog ontbreekt. Vraag aan een ondernemer uit overige bouwinstallatiebedrijven wie voor eigen rekening werkt, wie bepaalt hoe een klus buiten de deur wordt uitgevoerd en welke afspraken er gelden bij afwezigheid. Gebruik de uitkomst bij overige afwerking van gebouwen als tweede vraag, niet als een juridisch advies over jouw bedrijfsvorm.



